Sla inhoud over

Navigeren zonder elektronica

In deze tijd van satellietbeelden en elektronische navigatiesystemen, verplaatsen we ons schijnbaar moeiteloos naar onbekende oorden. Maar zonder de èchte ontdekkers, de pioniers die aan de wieg stonden van de allereerste kaarten, zouden we nog steeds hopeloos verdwalen.

cms_visual_1301.jpgTot ver in de achttiende eeuw wist menig zeeman nauwelijks wat hem te wachten stond wanneer hij zijn thuishaven verliet. Hoewel de oude Grieken al beschikten over behoorlijk veel nautische kennis, profi teerden vooral de Arabische zeevaarders daarvan. In Europa ging deze vroege wetenschap verloren. De middeleeuwers droegen hun navigatiekennis, gebaseerd op waarnemingen van de kust, de vogeltrek, stromingen en windrichtingen, nog mondeling aan elkaar over.
Vanaf 1200 raakten kompas en zeekaart in zwang als navigatiehulpmiddel. En de zeemansgids, een handgeschreven boek met vooral zeilaanwijzingen, gebaseerd op de havengidsen uit de klassieke oudheid. Zeemansgidsen met kaarten verschenen in gedrukte vorm aan het eind van de zestiende eeuw. De ontwikkeling van de zeekaart gaat gelijk op met de geschiedenis van de zeevarende naties. Na de Italianen, de Spanjaarden en Portugezen, was het in de Gouden Eeuw de beurt aan de Republiek der Nederlanden om de ontwikkeling van de zeekaarten een stevige slinger te geven. In de loop van de zeventiende eeuw werden kaarten met breedte- en lengtelijnen gebruikelijke hulpmiddelen, maar voor de grotere afstanden over zee waren ze nog niet erg betrouwbaar.

cms_visual_1300.jpgKaartenmakers worstelden met het weergeven van de aardbol op het platte vlak. Dat maakte het oversteken van de oceanen tot een riskante en onzekere onderneming. De zuidelijke Nederlander Gerard Mercator (1512-1594) zette met zijn projectiemethode een nieuwe standaard voor zeekaarten. Hij gebruikte de geografische lengte en breedte - al in de oudheid geformuleerd door de Griek Ptolemeus – om iedere plaats op aarde eenduidig te situeren. Mercator loste ook andere problemen op. Daardoor werd het mogelijk op zeekaarten een koers als rechte lijn uit te zetten, noodzakelijk om het kompas te kunnen gebruiken. Ook zorgde zijn methode ervoor dat de lijnen en hoeken op het platte vlak van de kaart corresponderen met de koers over de aardbol. Met zijn wereldkaart van 1569, in achttien bladen, legde Mercator de basis voor de moderne cartografi e. Het duurde overigens wel twee eeuwen voordat zijn methode in de praktijk algemeen gebruikt werd. In de tussentijd bouwde het Amsterdamse uitgevershuis van Willem Jansz
Blaeu een grote naam op als maker van globes en kaarten. In de eerste helft van de zeventiende eeuw werd zijn zeemansgids ‘Het Licht der Zeevaert’, met vertalingen in het Engels en Frans, een internationaal succes.