Pro Maya-project in Mexico: een jaar later
Sinds begin vorig jaar steunt Djoser het Pro Maya-project, een project van Unicef in Yucatan, Mexico. Trudy van der Velde reisde met haar echtgenoot, Djoserdirecteur Herman van der Velde, naar Mexico. Om met eigen ogen te zien hoe Unicef de bijdrage van reizigers en Djoser inzet voor een betere toekomst voor Mayakinderen. In haar reisverslag beschrijft ze hoe het project loopt, in dit eerste jaar.
In Valladolid ontmoeten we Guillermo Enrique Alonso Angulo, kortweg Memo, medewerker van IEPAAC, de lokale partner van Unicef in Mexico. Memo is antropoloog en werkt in dit gebied al vijftien jaar aan verbetering van de situatie van kinderen. Hij zal ons de komende dagen rondleiden en ons veel vertellen over het Pro Mayaproject en over de leefsituatie van de Maya's.
Yucatan behoort tot de armste staten van Mexico. 60% van de bevolking is inheems. De Maya's leven in afgelegen gebieden en zijn grotendeels verstoken van sociale voorzieningen, scholen en schoon water. Ze zijn dan ook vooral bezig met overleven, school wordt gezien als een luxe en veel ouders zien het belang van de lessen niet. In het huidige, verouderde onderwijssysteem kunnen de kinderen zich niet goed ontwikkelen. Ze hebben op school niets in te brengen, geen mogelijkheden om te spelen en er is geen aandacht voor hun eigen geschiedenis en cultuur. De kinderen begrijpen het lesmateriaal niet, want het is niet in hun eigen taal geschreven. De scholen zijn vaak slecht onderhouden en er is groot gebrek aan hygiëne en gezonde voeding.
Het Pro Maya-project
Gebrek aan goed onderwijs is een belangrijke oorzaak van de voortdurende kwetsbare positie van de Maya's. Daarom zet Unicef zich in voor het verbeteren van het onderwijssysteem. Bovendien probeert Unicef de hele leefgemeenschap te overtuigen van het belang van scholing. Dit vraagt een mentaliteitsverandering, een verandering in denken, cultuur en tradities.
Veertien scholen zijn in april begonnen met 'Escuela Amiga', een van de onderdelen van het project. Aan de hand van een checklist uit het bijbehorende handboek hebben de leerkrachten, ouders en leerlingen eerst een analyse gemaakt van de bestaande situatie op de scholen. Vervolgens is rapport uitgebracht aan de overheid, inclusief aanbevelingen voor de aanpassingen die op korte termijn nodig zijn. Het geld voor de uitvoering gaat van Unicef via de overheid naar de scholen, zodat ook de overheid zich betrokken en verantwoordelijk voelt voor 'Escuela Amiga'. De looptijd is twee jaar, daarna moeten de scholen in staat zijn zelfstandig verder te werken volgens het ontwikkelende concept.
Dag 1
We bezoeken vijf SEP-scholen: grote scholen in dorpen of stadjes met 200 tot 500 leerlingen, in de leeftijd van 6 tot 14 jaar. Het schoolgebouw in Tixcacalcupul huisvest twee aparte scholen, een in de ochtend en een in de middag. Beide scholen hebben rond de 300 leerlingen met eigen leraren. De andere scholen liggen in Chemax en in Xaluu.
Voor 'De dag van de revolutie', een nationale feestdag de dag voor onze komst, hadden de kinderen dansjes, voordrachten en acrobatiek ingestudeerd. Enthousiast herhalen ze deze optredens voor ons en dan volgen op elke school speeches van het schoolhoofd, de burgemeester, Memo en Herman. Bovendien ontvangt elk schoolhoofd een cheque voor de uitvoering van de door henzelf als gewenst aangegeven veranderingen: de eerste school gaat met de hulp van de ouders een overdekte ontbijtruimte bouwen, de tweede school zal nieuwe toiletten bouwen. De derde school heeft ook dringend nieuwe toiletten nodig, wil de eetzaal opknappen en heeft een ander nijpend probleem: het vele zwerfvuil op het schoolplein dat zwerfhonden aantrekt. Met de gemeente zal een overeenkomst worden gesloten om dit vuil regelmatig op te halen. De laatste twee scholen gaan het geld gebruiken om een speelveld aan te leggen en een eetzaal te bouwen.
We horen dat inmiddels 90 tot 98 % van de kinderen uit de gemeenschap naar school gaat, dat was voorheen heel veel minder. De kinderen spreken bijna uitsluitend Maya, daarom wordt de eerste twee jaar zowel in het Spaans als in het Maya lesgegeven. We vragen ons af of aan de Mayataal en -cultuur nog wel voldoende aandacht wordt besteed.
's Middags bezoeken we een CONAFE-school (schooltjes in kleine geïsoleerde gemeenschappen van enkele tientallen inwoners). Twee jaar geleden is men hier begonnen met 'Escuela Amiga' en inmiddels is onder meer de waterput aangepast met een pompmechanisme en zijn er toiletten gebouwd.
De school, die bestaat uit één klaslokaal, staat in een geïsoleerde gemeenschap van 55 Maya-inwoners. CONAFE werkt met jonge leerkrachten, jongeren die zelf graag verder willen leren maar daar geen geld voor hebben. Na een jaar lesgeven biedt de overheid deze jongeren de mogelijkheid om naar de middelbare school, respectievelijk de universiteit te gaan. Op de school die wij bezoeken geeft een 15-jarige jongen vier kleuters les, een 19-jarige jongen onderwijst de achttien kinderen van de lagere school. De gemeenschap ligt zo geïsoleerd dat de jongens van maandag tot en met vrijdag hier wonen en alleen in het weekeinde naar huis kunnen. Een eenzaam bestaan en dat zegt iets over de motivatie van de leerkrachten. Zij worden begeleid door een teacher-trainer die op zijn beurt wordt opgeleid door projectleiders van Unicef. Op de CONAFE-scholen gaat nu 60 % van de kinderen naar school, met een uitvalpercentage van 5,9.
Dag 2
We bezoeken 's ochtends een SEP-school (152 leerlingen) in San Antonio Siho, een uurtje rijden van Merida. De verbeteringen die hier allereerst op het programma staan zijn vernieuwen van de waterleiding, het schoolterrein aankleden met planten, een nieuw klaslokaal bouwen en een speelveld aanleggen. We gaan de klassen rond en vragen de leerlingen wat zij later willen worden: leraar, politieagent, brandweerman, soldaat, ingenieur, dokter, dierenarts, advocaat, voetballer, huisvrouw, secretaresse. We vragen wat voor schoolvakken zij krijgen: aardrijkskunde, geschiedenis, rekenen, biologie, Spaans en Maya. Het contact met deze kinderen verloopt erg leuk.
's Middags bezoeken wij in San Antonio Siho enkele projecten waarbij de dorpsgemeenschap wordt betrokken. Allereerst gaan we naar 'La Red Juvenil', door jongeren van 15 tot 25 jaar opgezet om de jeugd de kans te geven zich verder te ontwikkelen. Ze kunnen deelnemen aan diverse activiteiten, workshops en opleidingen, ook na werktijd. Vrijwilligers begeleiden deze jongeren, als onderdeel van hun studie aan de universiteit. Symbolisch is de locatie waar 'La Red Juvenil' is ondergebracht: een oude fabriek, waar de Spanjaarden vorige generaties Maya's als slaven lieten werken. Aansluitend bezoeken we in het dorp 'CADIN', dat voor vrouwen een microkredietprogramma heeft opgezet voor het recyclen van papier, informatie verstrekt over de rechten van het kind en opvang verzorgt voor kinderen tot vier jaar. Tenslotte bezoeken we het opleidingscentrum voor de leerkrachten en hun trainers. Men werkt in de vorm van 'workshops' aan motivatie, zelfbewustwording, verhoging van het gevoel van eigenwaarde en verandering van denkwijze, cultuur en tradities.
We zijn allemaal erg onder de indruk van de manier waarop Unicef per leefgemeenschap het geheel aanpakt: alle facetten worden aangegrepen om een werkelijke verandering in de toekomst van deze kinderen te bewerkstelligen. Dit geeft veel vertrouwen in het slagen van het project.
In Valladolid ontmoeten we Guillermo Enrique Alonso Angulo, kortweg Memo, medewerker van IEPAAC, de lokale partner van Unicef in Mexico. Memo is antropoloog en werkt in dit gebied al vijftien jaar aan verbetering van de situatie van kinderen. Hij zal ons de komende dagen rondleiden en ons veel vertellen over het Pro Mayaproject en over de leefsituatie van de Maya's.Yucatan behoort tot de armste staten van Mexico. 60% van de bevolking is inheems. De Maya's leven in afgelegen gebieden en zijn grotendeels verstoken van sociale voorzieningen, scholen en schoon water. Ze zijn dan ook vooral bezig met overleven, school wordt gezien als een luxe en veel ouders zien het belang van de lessen niet. In het huidige, verouderde onderwijssysteem kunnen de kinderen zich niet goed ontwikkelen. Ze hebben op school niets in te brengen, geen mogelijkheden om te spelen en er is geen aandacht voor hun eigen geschiedenis en cultuur. De kinderen begrijpen het lesmateriaal niet, want het is niet in hun eigen taal geschreven. De scholen zijn vaak slecht onderhouden en er is groot gebrek aan hygiëne en gezonde voeding.
Het Pro Maya-project
Gebrek aan goed onderwijs is een belangrijke oorzaak van de voortdurende kwetsbare positie van de Maya's. Daarom zet Unicef zich in voor het verbeteren van het onderwijssysteem. Bovendien probeert Unicef de hele leefgemeenschap te overtuigen van het belang van scholing. Dit vraagt een mentaliteitsverandering, een verandering in denken, cultuur en tradities.
Veertien scholen zijn in april begonnen met 'Escuela Amiga', een van de onderdelen van het project. Aan de hand van een checklist uit het bijbehorende handboek hebben de leerkrachten, ouders en leerlingen eerst een analyse gemaakt van de bestaande situatie op de scholen. Vervolgens is rapport uitgebracht aan de overheid, inclusief aanbevelingen voor de aanpassingen die op korte termijn nodig zijn. Het geld voor de uitvoering gaat van Unicef via de overheid naar de scholen, zodat ook de overheid zich betrokken en verantwoordelijk voelt voor 'Escuela Amiga'. De looptijd is twee jaar, daarna moeten de scholen in staat zijn zelfstandig verder te werken volgens het ontwikkelende concept.
Dag 1We bezoeken vijf SEP-scholen: grote scholen in dorpen of stadjes met 200 tot 500 leerlingen, in de leeftijd van 6 tot 14 jaar. Het schoolgebouw in Tixcacalcupul huisvest twee aparte scholen, een in de ochtend en een in de middag. Beide scholen hebben rond de 300 leerlingen met eigen leraren. De andere scholen liggen in Chemax en in Xaluu.
Voor 'De dag van de revolutie', een nationale feestdag de dag voor onze komst, hadden de kinderen dansjes, voordrachten en acrobatiek ingestudeerd. Enthousiast herhalen ze deze optredens voor ons en dan volgen op elke school speeches van het schoolhoofd, de burgemeester, Memo en Herman. Bovendien ontvangt elk schoolhoofd een cheque voor de uitvoering van de door henzelf als gewenst aangegeven veranderingen: de eerste school gaat met de hulp van de ouders een overdekte ontbijtruimte bouwen, de tweede school zal nieuwe toiletten bouwen. De derde school heeft ook dringend nieuwe toiletten nodig, wil de eetzaal opknappen en heeft een ander nijpend probleem: het vele zwerfvuil op het schoolplein dat zwerfhonden aantrekt. Met de gemeente zal een overeenkomst worden gesloten om dit vuil regelmatig op te halen. De laatste twee scholen gaan het geld gebruiken om een speelveld aan te leggen en een eetzaal te bouwen.
We horen dat inmiddels 90 tot 98 % van de kinderen uit de gemeenschap naar school gaat, dat was voorheen heel veel minder. De kinderen spreken bijna uitsluitend Maya, daarom wordt de eerste twee jaar zowel in het Spaans als in het Maya lesgegeven. We vragen ons af of aan de Mayataal en -cultuur nog wel voldoende aandacht wordt besteed.
's Middags bezoeken we een CONAFE-school (schooltjes in kleine geïsoleerde gemeenschappen van enkele tientallen inwoners). Twee jaar geleden is men hier begonnen met 'Escuela Amiga' en inmiddels is onder meer de waterput aangepast met een pompmechanisme en zijn er toiletten gebouwd.
De school, die bestaat uit één klaslokaal, staat in een geïsoleerde gemeenschap van 55 Maya-inwoners. CONAFE werkt met jonge leerkrachten, jongeren die zelf graag verder willen leren maar daar geen geld voor hebben. Na een jaar lesgeven biedt de overheid deze jongeren de mogelijkheid om naar de middelbare school, respectievelijk de universiteit te gaan. Op de school die wij bezoeken geeft een 15-jarige jongen vier kleuters les, een 19-jarige jongen onderwijst de achttien kinderen van de lagere school. De gemeenschap ligt zo geïsoleerd dat de jongens van maandag tot en met vrijdag hier wonen en alleen in het weekeinde naar huis kunnen. Een eenzaam bestaan en dat zegt iets over de motivatie van de leerkrachten. Zij worden begeleid door een teacher-trainer die op zijn beurt wordt opgeleid door projectleiders van Unicef. Op de CONAFE-scholen gaat nu 60 % van de kinderen naar school, met een uitvalpercentage van 5,9.
Dag 2We bezoeken 's ochtends een SEP-school (152 leerlingen) in San Antonio Siho, een uurtje rijden van Merida. De verbeteringen die hier allereerst op het programma staan zijn vernieuwen van de waterleiding, het schoolterrein aankleden met planten, een nieuw klaslokaal bouwen en een speelveld aanleggen. We gaan de klassen rond en vragen de leerlingen wat zij later willen worden: leraar, politieagent, brandweerman, soldaat, ingenieur, dokter, dierenarts, advocaat, voetballer, huisvrouw, secretaresse. We vragen wat voor schoolvakken zij krijgen: aardrijkskunde, geschiedenis, rekenen, biologie, Spaans en Maya. Het contact met deze kinderen verloopt erg leuk.
's Middags bezoeken wij in San Antonio Siho enkele projecten waarbij de dorpsgemeenschap wordt betrokken. Allereerst gaan we naar 'La Red Juvenil', door jongeren van 15 tot 25 jaar opgezet om de jeugd de kans te geven zich verder te ontwikkelen. Ze kunnen deelnemen aan diverse activiteiten, workshops en opleidingen, ook na werktijd. Vrijwilligers begeleiden deze jongeren, als onderdeel van hun studie aan de universiteit. Symbolisch is de locatie waar 'La Red Juvenil' is ondergebracht: een oude fabriek, waar de Spanjaarden vorige generaties Maya's als slaven lieten werken. Aansluitend bezoeken we in het dorp 'CADIN', dat voor vrouwen een microkredietprogramma heeft opgezet voor het recyclen van papier, informatie verstrekt over de rechten van het kind en opvang verzorgt voor kinderen tot vier jaar. Tenslotte bezoeken we het opleidingscentrum voor de leerkrachten en hun trainers. Men werkt in de vorm van 'workshops' aan motivatie, zelfbewustwording, verhoging van het gevoel van eigenwaarde en verandering van denkwijze, cultuur en tradities.
We zijn allemaal erg onder de indruk van de manier waarop Unicef per leefgemeenschap het geheel aanpakt: alle facetten worden aangegrepen om een werkelijke verandering in de toekomst van deze kinderen te bewerkstelligen. Dit geeft veel vertrouwen in het slagen van het project.