Tien dagen vliegen
Een vlucht van Amsterdam naar Batavia gebruikte 12.000 liter benzine, uitgebeeld door het aantal vaten op de foto, en 960 liter olie.
Tegenwoordig vliegen Djoserreizigers in dertien uur via Kuala Lumpur naar Jakarta, maar in de tijd dat de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij een wekelijkse dienst begon op Batavia, oktober 1931, was die vlucht (14350 kilometer) een onderneming waar je heen negen en terug tien dagen voor moest uittrekken. Per dag bedroeg de reistijd op deze ‘Indië-route’ acht à negen uur. Beelden uit de pionierstijd van de luchtreis, zeventig jaar geleden.
Een kijkje in de cabine (toen heette dat nog kajuit) vanuit de cockpit (stuurhut) van een Indië-vliegtuig.
Aankomst op Schiphol. Reizigers begeven zich naar de douane en het luchthavenpersoneel rolt de wagen voor de bagage, post en andere vracht naar het toestel.
De F XII met drie Waspmotoren van ieder 240 PK, vliegt op de Indië-route. Negen dagen heen, dan een kleine twee weken vliegtuigonderhoud en rust voor de bemanning en in tien dagen terug. In vijf weken uit en thuis.
Behalve een riante hoeveelheid been- en hoofdruimte, boden de Indië-toestellen comfortabele stoelen met uitschuifbare beensteun. De KLM schonk haar klanten op maat ontworpen koffers. De grootste paste precies onder de stoel, de tweede werd met een riem aan de rugleuning vastgemaakt.
Schiphol, begin- en eindpunt van de luchtlijn Amsterdam – Batavia: “de groote betonzee”