Sla inhoud over

Bezeten van Egypte; verslag uit de woestijn

Vooral koningin Nefertiti maakte een onuitwisbare indruk op Hannie Halma toen ze op haar dertienjarige leeftijd kennismaakte met de Egyptische geschiedenis. Een paar jaar later besteedde ze haar eerste loon aan een boek over Egypte. Tegenwoordig schrijft Halma zelf boeken over haar favoriete land.

Een jaar of tien geleden kon ze eindelijk voor het eerst zelf naar Egypte. Met Djoser. "Toen ik de reis had betaald was mijn geld ongeveer op. Dus ik kon meestal niet met de anderen uit eten maar haalde in mijn eentje een broodje bij de bakker. Daardoor kwam ik wel meer in contact met de lokale bevolking en toen ik in Aswan voor het eerst aan de praat raakte met een Nubische familie, dacht ik: 'dit is het'. Het klikte zo goed dat ik daar nog steeds kom."

Ze is inmiddels een keer of zeven in Egypte geweest en heeft twee jeugdboeken op haar naam staan die in Egypte spelen. Het zijn avontuurlijke verhalen waarin zowel archeologische als hedendaagse aspecten van het land een rol spelen. 'Het blauwe nijlpaard' bijvoorbeeld is het spannende relaas van een zoektocht naar een historische schat, maar de scènes uit het leven van de hoofdpersonen geven je meteen iets mee van de dagelijkse gebruiken van Egyptenaren van nu. Het derde boek verschijnt in oktober en het zal waarschijnlijk niet haar laatste zijn: "Het leuk- ste is om steeds weer een nieuw onderwerp te verzinnen en dat dan weer in Egypte uit te zoeken." Achtergrond-informatie haalt ze veelal in het Leidse Rijksmuseum voor Oudheden, want het moet wel kloppen wat ze opschrijft. Halma's onderzoek in Egypte varieert nogal, van een inventarisatie van kinderliedjes tot meelopen op een land-bouwschool. Ook leefde ze een week bij een nomadische bedoeïenenfamilie in de Egyptische woestijn. In dit Djosermagazine en in een volgend nummer plaatsen we fragmenten uit haar reisverslag.

Van Hannie Halma verscheen bij uitgeverij Piramide:
'Het geheim van de kever', ISBN 90 245 14193 en
'Het blauwe nijlpaard', ISBN 90 245 39404,
beide met illustraties van Harmen van Straaten.



Het leven midden in de woestijn, bij een kleine woongemeenschap van bedoeïenen, went snel. Alweer een aantal dagen maak ik deel uit van een van de gezinnen, die de drie 'wollen' huizen bewonen, en dit is mijn laatste avond. We zijn vanavond alleen met de kinderen, de man van Fariah komt pas morgenavond weer terug van zijn werk ergens buiten de woestijn.

Het leven in een kleine bedoeïenengemeenschap
Te gast in een 'wollen huis '


door Hannie Halma

Mijn gastvrouw haalt een gedroogde vis van het tentdak, trekt er wat stukjes af en gooit ze in de pan kokend water. Vissoep eten we vanavond. Stukken tomaat, knoflook en rijst worden toegevoegd en uit een van de vele plastic zakken, die tegen de zijwand van de tent hangen, diept ze wat kruiden op. Ook die gaan in de pan. De gloeiende houtskool zorgt voor een gelijkmatige temperatuur. Rustig staat de bouillon te trekken.

De waarschuwingen over de stugheid van bedoeïenen gaan totaal niet op. Integendeel! De familie is aardig en heeft me geaccepteerd als medebewoner van deze kleine nederzetting. Mijn zwarte sluier en lange kleren bieden me vol-doende bescherming tegen de zon. Gelukkig heeft Fariah er nooit op gestaan dat ik mijn gezicht helemaal bedek: mijn haren en hals omhullen, is voldoende. Wel moet ik de sluier onder mijn kin dichtknopen op de verrassende momenten dat er wonderbaarlijk mooie mannen bij onze tenten verschijnen. Voor mij lijkt het alsof ze zomaar uit het niets, vanuit de kale zandvlakte, opduiken voor een theevisite. Natuurlijk is dat niet het geval. Grootmoeder, Fariah en Subheya hebben op hun komst gerekend. De twee jonge vrouwen hebben er zelfs hun ogen opnieuw voor opgemaakt.

Het duurt meestal niet lang voordat ze mij uitnodigen er bij te komen zitten. De mannelijke bezoekers, - in een smetteloos witte galabia en met een kunstig in elkaar gevlochten doek, de amamah, om het hoofd - vleien zich languit op de hen aangeboden mat. Ze babbelen wat en drinken hun uiterst zoete thee terwijl de vrouwen met gekruiste benen keurig rechtop, alleen hun donkere ogen zichtbaar, op hun matje zitten. De theeglaasjes worden keer op keer bijgevuld.
De conversatie is ongelooflijk levendig. De vrouwen hebben over hun gebruikelijke sluier nog een tweede gedrapeerd. Maar dat maakt niets uit, tijdens de gesprekken zijn ze volkomen gelijkwaardig. Iedereen praat, lacht, maakt grapjes tegen de kinderen en tegen elkaar. Ze nemen de tijd en hebben aandacht voor elkaar. Jammer dat ik er niets van versta. Want volgens mij vertellen ze elkaar, behalve de dagelijkse zaken, ook spannende verhalen. De kinderen zitten er stralend bij en volgen alles met een hartveroverende intensiteit. Kortom, bezoek is bijzonder!


  
Aan de informatie in deze artikelen en verhalen kunnen geen rechten ontleend worden.