Sla inhoud over

Dan ben jij onze officiële kreeftenman!

Al de eerste dag nadat we ons appartement aan de Calzada in de wijk Vedado in Havana hadden betrokken meldde zich in een schoon wit interlock señor Galván, die zich voorstelde als voorzitter van het CDR van ons blok.

Hij was een grote man met vlezige, iets afhangende blote schouders en met wat er uitzag als moeilijk te temmen aangezichtshaar. Vanuit zijn neusgaten en oren zochten zich stugge bosjes een weg naar het licht en ik moest de aanvechting beteugelen om in zijn mond te turen terwijl hij sprak, om te zien of zich daar, op of rondom de tong, ook haargroei openbaarde.
Señor Galván heette ons welkom en legde in het kort uit wat doel en functie van het CDR was, het Comité ter Verdediging van de Revolutie zoals dat in elk huizenblok, stadswijk en dorpskern te vinden was. Dat doel was de burgers behulpzaam te zijn bij alle mogelijke problemen die zich maar konden voordoen, van lekkende kranen tot ideologische geschillen. Natuurlijk wisten wij wel beter. De belangrijkste functie van het CDR was, is en zal voorlopig nog blijven: het bespioneren en aangeven van buren die ideologisch misschien wel niet geheel zuiver op de graat waren en wellicht zelfs kritiek op El Lider Maximo hadden geuit.
Uit hoofde van zijn functie was señor Galván natuurlijk buitensporig geïnteresseerd in alle radioapparatuur die wij hadden uitgestald op de grote tafel van onze woonkamer. Toen ik zijn blik volgde naar de verzameling snoeren, pluggen, stekkers, microfoons, koptelefoons, opnameapparaten, draagbare montagesets, tapes, batterijen en andere randapparatuur die drie hele koffers had gevuld, moest ik toegeven dat deze hele technologische overmacht in zijn optiek met weinig moeite in drie letters samen te vatten zou zijn: CIA. Maar met behulp van een stapeltje druk bestempelde formulieren konden we hem ervan overtuigen dat wij hier met de volledige instemming van het Ministerie van Informatie zaten en dat het doel van onze aanwezigheid en van al deze apparatuur was:
de burgers van Europa via de radiogolven informeren over de zegeningen van de Cubaanse Revolutie.
Señor Galván zweeg na mijn uiteenzetting. Hij had verder geen vragen meer en kon overgaan tot de ware reden van zijn bezoek. Uit een klein aktetasje haalde hij een in vele lagen krantenpapier gewikkeld pakje tevoorschijn. Na een blik door alle open vensters geworpen te hebben, rolde hij het pakje open en toonde mij twintig zeer hoogwaardige Cohiba-sigaren. Superior! meldde hij lichtelijk overbodig en noemde vervolgens een prijs in dollars die volgens hem de helft was van wat ik in de internationale hotels moest betalen. Ik aarzelde geen moment en telde het gevraagde bedrag neer. Vriendschap en een correcte zakelijke verhouding met señor Galván leken mij de komende maanden van optimaal belang.

Hij nam als een goede vriend afscheid, maar al snel merkten we dat het succesvolle bezoek van señor Galván slechts de aanzet was tot een reeks andere bezoeken van zeker niet minder toegewijde Cubaanse burgers.
Al een half uur later ging opnieuw de bel. Een schichtige jongen drong zich een halve meter over de drempel zodat hij vanuit de gang onzichtbaar was, haalde de doek weg boven een mand die aan zijn arm hing en bood me de daarin tentoongestelde honderd eieren te koop aan. Honderd is wat veel, zei ik. Twintig lijkt me genoeg. Ik gaf hem dollars en hij vroeg of hij de volgende week terug mocht komen.
Het was of er een klaroenstoot als signaal boven ons huizenblok had geklonken, of er een mierenkolonie was omgeleid in de richting van ons appartement.
Weer een half uur later: een man met een mand kreeften.
Ik kocht er drie.
Weer een half uur later: een jongen met een zak suiker.
Ik kocht twee kilo.
Weer een half uur later: een man met een mand kippen.
Ik kocht er drie.
Weer een half uur later: een jongen met een mand garnalen. Ik kocht een kilo. Onze ijs- en voorraadkasten raakten lekker gevuld.

Maar een half uur later begonnen de problemen. Er diende zich alweer een jongen met kippen aan. Ik heb al kippen, zei ik. Van wie? Ik beschreef de verkoper. O maar dat zijn slechte kippen, en bovendien zijn de mijne goedkoper, zei de jongen met een behoorlijk geloofwaardige urgentie. Maar ik voorzag een onafzienbare reeks problemen indien ik al zo snel van leverancier zou veranderen en zei hem beslist dat ik mijn eerste bevoorrader trouw bleef.
Dit probleem bleef zich herhalen.
De hele rest van die eerste week was van werken zo ongeveer geen sprake omdat elke tien minuten op de bel werd gedrukt door alweer een schichtige Cubaan met koopwaar in zijn binnenzak of onder zijn arm. Toen de eerstvolgende sigarenverkoper zich meldde, klopte ik, na hem te hebben weggestuurd, aan bij señor Galván. Na de nodige vervolgplichtplegingen deelde ik hem mede dat zijn sigaren inderdaad van superieure kwaliteit waren en dat ik er graag de volgende maand opnieuw twintig zou afnemen. Op één voorwaarde: dat hij met zijn almacht alle andere sigarenverkopers bij ons uit de buurt zou houden. We zouden immers eens kunnen gaan denken dat er van kapitalistische vrijhandel sprake was op Cuba!
De strategie werkte. Hoe precies zal ik nooit weten. Maar nadat er eerst twee dagen een totale negotiestilte was ingetreden, kwam het proces vervolgens uiterst gedisciplineerd op gang. Op de ochtend van de derde dag belde weer de oorspronkelijk kreeftenverkoper. Ik kocht er drie en zei: dus jij bent onze officiële kreeftenman. We spraken af dat hij elke dinsdag langs zou komen en alle andere kreeftenverkopers uit de buurt zou houden. Hij deed dat even feilloos als vervolgens ook de eierenman, de garnalenman, de suikerman en alle anderen. Onze bevoorrading was nog nergens ter wereld zo gestroomlijnd verlopen. Ik kreeg bewondering voor de discipline die de Revolutie met zich mee had gebracht.
Señor Galván meldde zich elke drie weken en vroeg of er misschien nog klachten waren. Deed de ijskast het wel? Regende het niet in, zo met die luiken zonder vensters?
Dan kocht ik twintig sigaren van hem, en wisselden we wat obsceniteiten uit over dames in de buurt. Elke middag om vijf uur, als de hemel zich boven Havana opende, ging ik op ons balkon zitten en stak, onder het afdakje, de brand in een van zijn - nu mijn - Cohibas.
Terwijl ik toekeek hoe het water gorgelde in de goten en werd opgezogen door het droge asfalt, keek naar de Russische bussen en de Hongaarse vrachtwagens uit de jaren vijftig die met een soort oerkabaal bij ons kruispunt stilhielden en weer optrokken, dacht ik na over de bijzondere weg van Cuba naar het socialisme en hoe mijn beeld daarvan na dit verblijf nooit meer hetzelfde zou zijn.

Jan Donkers

Jan Donkers (1943) is redacteur buitenland bij VPRO Radio. In die functie verbleef hij in 1996 enkele maanden in Havana.

Junior: Cuba